Waar het thema 18 over gaat

Watersystemen staan onder voortdurende invloed van stoffentransport. Het stoffentransport is afhankelijk van de hoeveelheid  water, die in en uit het watersysteem stroomt, de hoeveelheid die verdampt of via neerslag erin komt, de concentraties van stoffen in de verschillende waterstromen, omzettingsprocessen, sedimen­tatie, vervluchtiging, opname door biota, etc. Al deze stofstromen bepalen in hoge mate de waterkwaliteit.

Als je als aquatisch ecotechnoloog het functioneren van watersystemen wilt beschrijven, zul je de in- en uitgaande stofstromen in kaart moeten brengen. Met behulp van de beschrijving van stofstromen kan een stoffenbalans opgesteld worden, waarmee invloeden op het watersysteem vastgesteld kunnen worden.

Van een aquatisch ecotechnoloog wordt verwacht dat hij of zij behalve natuurlijke watersys­temen ook watersystemen zoals zuiveringsinstallaties kan beschrijven. De zuiveringspro­cessen in zuiveringsinstallaties zijn immers ook afhankelijk van de hoeveelheid stoffen die via het influent binnenkomen (organisch materiaal, stikstofverbindingen, fosfaat, etc.), de hydraulische verblijftijden, omzettingssnelheden, sedimentatiesnelheden, etc. Deze zuiveringsprocessen zorgen uiteindelijk voor de kwaliteit van het effluent, dat meestal op het oppervlaktewater wordt geloosd.

Vaak wordt de kennis van en  het inzicht in stoffentransport en waterzuivering gecombineerd in projecten in het aquatisch werkveld. Als bijvoorbeeld na onderzoek van een natuurlijk watersys­teem blijkt dat de waterkwaliteit niet voldoet aan bepaalde normen (bijvoorbeeld een te hoog totaal stikstofconcentratie), omdat het effluent van een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) te hoge concentraties bevat, kan besloten worden om de vracht aan een vervuilende stof (het stikstof in dit voorbeeld) te verminderen door het zuiveringsrendement van de RWZI te verhogen. Technische aanpassingen, zoals het ontwerp van een nieuwe zuiveringsre­actor, zullen ook in bedrijfseconomisch opzicht verricht moeten worden. De bedrijfsvoering moet aangepast worden, er moeten vergunningen worden aangevraagd, er moet een investeringsplan opgesteld worden en andere bedrijfskundige en juridische zaken zullen afgehandeld moeten worden.

De beheerder van een watersysteem heeft als taak landelijke waterkwaliteitsdoelstellingen te realiseren. Deze doelstellingen of normen zijn vastgelegd in de Vierde Nota Waterhuishouding. Het beheer zal tevens afgestemd moeten zijn op de wensen van de diverse gebruikers, zoals scheepvaart, visserij, recreatie, e.d.  Niet alleen het oppervlaktewater is hierbij van belang, maar ook de oevers en de waterbodems. Deze vorm van beheer wordt in de praktijk aangeduid met de term integraal waterbeheer.

Alle bovengenoemde aspecten (stofstromen in natuurlijke watersystemen en in zuiveringsinstal­laties, aanpassingen van RWZI’s, bedrijfskundige en juridische aspecten van het aquatisch werkveld en integraal waterbeheer) ga je in dit thema onderzoeken. (uit Themaboek 18 Stofstromen en Zuivering - Dilution is no solution for pollution, door M.H.A. Miechels)